Papa is dood…
Soms maak je als uitvaartverzorger iets mee dat je voor altijd bijblijft. Niet omdat de uitvaart bijzonder groot of indrukwekkend was, maar omdat een klein moment je laat zien hoe belangrijk afscheid nemen eigenlijk is.
Een paar weken geleden werd ik gebeld door een familie in het noorden van Drenthe. Hun vader was overleden. Toen ik bij hen binnenkwam, voelde ik direct de warmte en liefde in het gezin. Moeder zat aan tafel met haar kinderen en hun partners. Er werd gehuild, maar er werd ook gelachen. Er werden herinneringen opgehaald. Je voelde dat hier een hechte familie zat.
De familie vertelde mij over hun dochter en zus. Zij woont al meer dan twintig jaar in een woongroep voor mensen met een verstandelijke beperking. Haar verstandelijke leeftijd is ongeveer twee jaar.
Ik stelde de vraag hoe zij betrokken kon worden bij het afscheid.
De familie had daar veel over nagedacht. Hun conclusie was dat ze haar liever niet wilden belasten. Ze dachten dat ze toch niet zou begrijpen wat er was gebeurd. Misschien zou het alleen maar onrust geven. Ze wilden haar beschermen.
Ik begreep die gedachte heel goed. Want iedere ouder, broer of zus wil iemand beschermen van wie hij of zij houdt.
Toch vroeg ik of ik ook mocht vertellen hoe ik ernaar keek.
Ik vertelde dat zelfs baby’s al merken dat iemand uit hun leven verdwijnt. Je hoeft niet te begrijpen wat overlijden precies betekent om het gemis te voelen. Liefde, verbondenheid en verdriet zitten niet alleen in ons hoofd, maar vooral in ons hart.
Daarna stelde ik de familie twee eenvoudige vragen.
“Zal zij haar vader missen als hij niet meer langskomt?”
En daarna vroeg ik:
“Hoe zouden jullie het vinden als iemand anders zou beslissen dat jullie geen afscheid van je eigen vader mochten nemen?”
Het bleef even stil.
De familie zei dat ze erover zouden nadenken.
De volgende dag kwam ik terug voor het rouwbezoek.

Toen ik binnenkwam, zag ik haar meteen. Ze was er. Samen met twee begeleiders uit de woongroep. Twee mensen die zichtbaar met haar én met de familie meeleefden.
Ook op de dag van de uitvaart waren zij aanwezig.
Na afloop liep ik naar hen toe. Ik vroeg hoe het met hen ging.
Hun antwoord zal ik nooit vergeten.
“We zijn zo blij dat we dit hebben mogen doen.”
Ze vertelden dat de dochter tijdens de ziekte van haar vader steeds onrustiger was geworden. Soms was ze boos. Soms zelfs agressief. Niemand wist precies waar dat vandaan kwam.
Tot de dag dat zij haar vader zag.
Daar lag hij.
Haar papa.
Rustig in zijn kist.
Vanaf dat moment veranderde alles.
De onrust verdween.
De boosheid verdween.
Er kwam een rust die ze al maanden niet meer hadden gezien.
Ze gaf zelf aan dat ze ook bij de uitvaart aanwezig wilde zijn.
En misschien gebeurde er wel het mooiste moment van die dag.
Ze liep naar haar moeder toe…

En troostte haar.
Dat raakte mij diep.
Regelmatig hoor ik families zeggen: “Hij begrijpt het toch niet.” Of: “Zij is nog te jong.” Of: “We willen hem beschermen.”
Het liet mij opnieuw zien dat afscheid nemen niet draait om begrijpen met je verstand. Het draait om voelen. Om de mogelijkheid krijgen om afscheid te nemen van iemand van wie je houdt.
Die gedachte komt bijna altijd voort uit liefde.
Maar juist vanuit diezelfde liefde wil ik families uitnodigen om ook een andere vraag te stellen.
Wat gebeurt er als iemand geen afscheid mag nemen?
Misschien begrijpen we veel minder van verdriet dan we denken.
Misschien voelen mensen veel meer dan wij beseffen.
Deze familie heeft mij opnieuw laten zien dat afscheid voor iedereen belangrijk is. Ook voor mensen met een verstandelijke beperking. Misschien juist voor hen.
Niet omdat ze alles begrijpen.
Maar omdat ze liefhebben.
En waar liefde is, is ook gemis.
En waar gemis is, verdient iedereen de kans om afscheid te nemen.
Dat is misschien wel de mooiste les die deze familie mij heeft gegeven.